Annemarie vraagt zich af waarom bidden toch zo lastig is - schietgebedjes niet meegerekend...

Schietgebedjes, daar is Annemarie goed in. Maar als ze eerlijk is neemt ze eigenlijk nauwelijks tijd om te bidden, om contact te hebben met God. Hoe kan dat toch?

Annemarie vraagt zich af waarom bidden toch zo lastig is - schietgebedjes niet meegerekend...

Bidden is eigenlijk behoorlijk wereldvreemd. Kijk er maar eens naar met de ogen van een leek: Je wordt stil, keert in jezelf en praat tegen een onzichtbaar Iemand. Bidden lijkt iets voor kloosterlingen, of iets dat je doet op gewijde plaatsen; in een mooie kerk, met van die hoge gewelven, waar nog een vleugje wierook hangt. Geen wonder dat bidden soms moeilijk is in te passen in je dagelijkse leven.

Natuurlijk ken ik ook de meer alledaagse, aardse vormen van gebed. Maar die riedels zijn precies het soort gebeden waar ik op afgeknapt ben. Ik kan het zo weer voor de geest halen; de momenten van voorbede in de kerk waar ik opgroeide waar opvallend vaak dezelfde mensen hun zorgvuldig gestileerde gebed de hemel in slingerden. Dat type gebed heeft voor mij soms meer weg van een gelikt verkooppraatje, dan van een persoonlijk moment met God.

Whatsappjes sturen naar God

Eigenlijk heb ik me altijd meer aangetrokken gevoeld tot het bidden dat je o.a. in de Bijbelboeken Daniël en Matteus 6 tegenkomt. Je trekt je terug om in het verborgene te bidden. Dit soort bidden: zonder spektakel, zonder bevestigende knikjes of amens van broeders en zusters. Het lijkt eerlijker, of is in elk geval intiemer. Iets tussen God en jou. Dat is het type gebed dat me intrigeert èn verontrust op hetzelfde moment. Want precies dit soort bidden, vraagt om aandacht, tijd, leegte, ruimte…

Het is een beetje zoals je contact met vrienden. Een whatsappje is zo gestuurd, of een duimpje onder een socialmediabericht. Maar als dat alles is wat je met elkaar deelt, dan holt zo’n vriendschap uit. Zo bekeken, ben ik best goed in whatsappjes sturen naar God. De hele dag door spreek ik wel kleine schietgebedjes uit voor deze of gene. God functioneert dan als een soort klaagmuur waar ik mijn briefjes in stop.

Maar ik besef wel degelijk dat dit soort gebedjes - hoe goed bedoeld ook - meer gaan over mijn bewogenheid met mensen (of mijn gevoel van onmacht in bepaalde situaties), dan over mijn contact met God. Terwijl ik - daar heb je het weer - juist op zoek ben naar contact met God.

Wij zijn niet altijd bij God

Predikant Jos Douma geeft in een van zijn overdenkingen een mooie definitie van bidden. Hij noemt bidden: ‘Bij God zijn’. Ja duh, denk je misschien. God is toch altijd bij ons? Maar - zo stelt Douma in de aangehaalde anekdote raak vast - wij zijn niet altijd bij God. Daarom is die ‘binnenkamer’ van Daniel en Matteus zo’n aanrader. Voor de een is dat een plekje aan de rivier of in het bos, en voor de ander een kamertje in huis.

Nu is het niet mijn bedoeling de lat heel hoog te leggen voor gebed of te suggereren dat het alleen iets is voor geestelijke reuzen. We worstelen al genoeg met gebed, dus hebben we meer aan aanmoediging dan ontmoediging. Je kunt immers van alles een gebed maken, zoals Luigi Gioia ons aanstekelijk duidelijk maakte in zijn boek Zeg het tegen God.

Te veel afleiding

Maar toch… Zou er geen link zijn tussen ons worstelen met gebed en het feit dat we leven in een tijd van afleiding, en velen van ons geen ‘binnenkamer’ meer hebben? En missen we daardoor niet iets essentieels? De uitspraak van Blaise Pascal dat ‘al het leed van de mensen voortkomt uit het feit dat ze niet rustig in een kamer kunnen blijven’, is relevanter dan ooit. Als we al een binnenkamer hebben, kunnen we het dan nog opbrengen om er te blijven? Zijn we niet steeds op zoek naar nieuwe prikkels, is onze aandachtsspanne niet enorm kort?

Transformerende werking

Die binnenkamer, de stilte zoeken: dat staat lijnrecht tegenover al die afleiding. In die zin is gebed inderdaad ‘niet van deze wereld’. C.S. Lewis beschreef gebed ooit als de bewustwording dat de ‘echte wereld’ en je ‘echte ik’ misschien toch niet de echte wereld of je echte ik zijn (uit: Brieven aan Malcolm over het gebed, hoofdstuk 15). Met andere woorden: gebed kun je zien als een deur naar een andere realiteit (eentje die veel echter is dan het leven hier en nu met al onze beslommeringen).

Dat is misschien ook waardoor gebed zo’n transformerende werking kan hebben. Zoals Kierkegaard al zei: ‘Gebed verandert God niet, maar gebed verandert degene die bidt.’ Ik moet zeggen - dit maakt me wel nieuwsgierig. Om in de stijl van Lewis te blijven: bidden wordt dan een stap nemen door een dikke laag bontjassen heen, om te ontdekken dat daarachter een heel nieuw land ligt…

Als je het zo bekijkt, is bidden een avontuur. En laat ik nou wel van een beetje avontuur houden…


Meer lezen? Brieven aan Malcolm over het gebed is het laatste boek dat C.S. Lewis schreef. Hij behandelt in briefvorm allerlei vragen over gebed (zoals persoonlijk versus liturgisch gebed, plekken om te bidden, aanbidding versus voorbede). Het is mooi, diepgaand en soms erg grappig om te lezen.
Het boek is helaas slecht verkrijgbaar (zelfs tweedehands), maar nog wel in het Engels te bestellen.


In deze serie verkent Annemarie waarom ze zo vaak worstelt met gebed, wat wordt bedoeld met bidden, en hoe ze er ruimte voor kan maken in een vol leven. Volgende week dinsdag deel 3.

Foto boven: fragment uit de film The Chronicles of Narnia: The Lion, the Witch and the Wardrobe.