Rogier Pelgrim: ‘Als tiener gooide ik alle cd’s van De Heideroosjes in de kliko’

Popmuziek is van de duivel, hoorde Rogier Pelgrim toen hij tiener was. Diep in zijn muzikale hart was hij daar nooit van overtuigd. Daarom duikt hij in de podcast 'Rock my Soul' in zijn muziekverleden en gaat hij opnieuw op zoek naar de verhouding tussen geloof en popmuziek.

Rogier Pelgrim: ‘Als tiener gooide ik alle cd’s van De Heideroosjes in de kliko’

Waarom wilde je deze podcast maken?

‘Ik hou ervan om mooie verhalen te vertellen en daarbij zijn geloof en muziek thema’s die steeds weer terugkeren. Als tiener besloot ik ooit alle cd’s van mijn favoriete band De Heideroosjes in de kliko te gooien, omdat ik ervan overtuigd was dat ik niet meer naar hun muziek moest luisteren. Ik was toen erg met geloof bezig en zij waren juist tegen het geloof. Dat kon ik niet meer aan mijzelf verkopen. Het verhaal over die cd’s in de kliko is altijd in mijn achterhoofd blijven hangen. Ik denk nu: Wat erg dat ik dat deed, maar ook: Wat grappig.’

‘Ik ben opgegroeid in de christelijke wereld en hier en daar deden verhalen de ronde dat popmuziek niet goed zou zijn, dat sommige muziek zelfs duivels was. Met vrienden keek ik de documentaire They sold their souls for Rock ’n Roll, waarin zelfs gewaarschuwd werd voor satanisme in popmuziek.

Achteraf denk ik dat in die docu veel werd verteld wat niet klopt. En in deze podcast wil ik afrekenen met die negativiteit. In een van de afleveringen ontmoet ik Marco Roelofs, de zanger van De Heideroosjes en hem verteld over die kliko-actie. Dat vond ik best spannend, maar we blijken nu allebei minder zwart-wit te denken. Hij sprak lang niet meer zo fel tegen het geloof als destijds in zijn teksten.’

‘Popmuziek is niet neutraal en je kunt dingen tegenkomen waar je het principieel niet mee eens bent. Bijvoorbeeld teksten die heel seksistisch of materialistisch zijn. Of denk aan nazistische punk, of drillraps waarin wordt opgeroepen tot geweld. Je moet misschien ook niet overal naar luisteren, maar je hoeft ook niet bang te zijn dat je meteen door dingen wordt beïnvloed. Het demoniseren van popmuziek is gewoon niet oké. Popmuziek is een containerbegrip en als je alles bestempelt als occult, dan gooi je veel kind met het badwater weg. Er is veel dat schuurt, maar je moet er niet meteen een oordeel over vellen.’

‘Het getob van mensen komt soms beter tot uiting in popmuziek dan in sommige christelijke muziek die ik ken’

Waar schuren de werelden van geloof en popmuziek dan?

‘Het nummer Sympathy for the Devil van the Rolling Stones is een interessant voorbeeld. Ik zet het niet graag op, maar ik zou toch zeggen: ga het eens luisteren. Er zit namelijk voer voor een interessante Bijbelstudie in. Het nummer gaat over de aard van het kwaad. Natuurlijk wil Mick Jagger een beetje shockeren, maar het is interessanter om verder te kijken. Popmuziek is ook een kunstvorm en de vraag is: wat wil een kunstenaar nou zeggen? Van mij mag het wel een beetje schuren, ik hou daarvan, omdat het je aan het denken zet.’
Een ander mooi voorbeeld: Nick Cave met Into my arms. Dat begint met de fascinerende zin: ‘I don’t believe in an interventionist God’. Ik geloof daar wel in, maar toch vind ik het een mooi liedje. Je hoeft het niet altijd eens te zijn met een kunstenaar om toch de kunst te kunnen waarderen. De grens voor wat je wel of niet luistert, is heel persoonlijk, denk ik.
Ik vind het zelf niet per definitie schandalig als er in popmuziek gescholden wordt. Een vraag die ik me daarbij stel is: is het functioneel? Zoals Bono van U2 zingt in Wake up dead man: “Jesus, I’m alone in this world, and a fucked up world it is too’. Ik vind dat heel mooi. Het is hard en grof, maar ook heel oprecht. Het is een rauwheid zoals ik die vind in de Psalmen, die zijn ongepolijst en ruw. Het getob van mensen komt soms beter tot uiting in popmuziek dan in sommige christelijke muziek die ik ken.’

In sommige popmuziek wordt juist verwezen naar geloof en religie. Hoe zit dat?

‘Je komt best weleens religieuze taal tegen in popmuziek. Het gaat vaak over Jezus, God, duivel, en demonen. Vaak zijn het metaforen, maar soms wordt het ook letterlijk bedoeld. Er zijn veel muzikanten die niet gelovig zijn, maar toch de taal van de kerk gebruiken. Die taal is natuurlijk ook een erfenis van het christendom, een manier van uitdrukken. En daar gaat het in christelijke kringen ook weleens mis, dat we het te letterlijk nemen. Ik denk dat dat komt door onze calvinistische traditie.
Leo Blokhuis vertelde mij ooit dat hij de gereformeerde kerkdienst een verbale aangelegenheid vond. Dat het zo op letterlijke tekst is gericht, dat de verbeelding ondergesneeuwd raakt. Daardoor zijn we popteksten gaan lezen zoals we de Bijbel soms lezen. En schrikken we te snel als het gaat over demonen of je ziel verkopen aan de duivel. Daar moet je met een andere bril naar kijken, want er wordt vaak iets anders bedoeld.’

‘Ik dacht altijd: ik wil niet evangeliseren als muzikant’

Wat heb je nog meer geleerd over geloof en popmuziek?

‘Ik ben singer-songwriter en ik maak deze podcast ook als artiest. Ik heb gesproken met Michelle David, een zangeres die veel van haar geloof verwerkt in uitgesproken teksten. Daarin verwerkt ze ook enorm veel Bijbelteksten. Ik dacht altijd: ik wil niet evangeliseren als muzikant. Ik wil wel iets van mijn geloof erin stoppen, maar niet te expliciet, zodat zoveel mogelijk mensen er iets mee kunnen. Maar Michelle is juist heel expliciet, in your face. Daar bereikt ze een groot publiek mee. Ik leer van haar dat het prima kan. Zolang je echt goede muziek maakt, kun je zingen over wat er diep in je zit. Ik heb daarmee geworsteld, want ik wilde graag muziek maken voor iedereen. Nu denk ik: je hoeft niet je geloof weg te stoppen, authenticiteit is het belangrijkst. En of je over God of de duivel zingt – gekscherend gezegd - maakt voor het grote publiek niet uit.’

Heb je nog een mooie luistertip voor ons?

‘Wat ik een heel gaaf nummer vind is Personal Jesus van Johnny Cash. Hij covert dat nummer - over een ongezonde relatie - van Depeche Mode. Het lied heeft cynische ondertoon, maar Johnny zingt die woorden juist zonder cynisme, en dan wordt het opeens een gospel. Daardoor verandert de betekenis van het nummer compleet, terwijl hij geen woord veranderd heeft.  

Wat je ook zeker moet luisteren is Prayer in C van Robin Schultz. Het is een aanklacht naar God, een soort wanhoopskreet naar God toe voor de ellende in de wereld. God is niet afwezig in popmuziek, je moet gewoon soms goed luisteren.’


Elke woensdag komt een nieuwe aflevering online van de 7-delige podcast Rock My Soul. De eerste twee afleveringen staan inmiddels online. De komende weken spreekt Rogier met Leo Blokhuis, Tim Knol, Marco Roelofs (De Heideroosjes), Leon Verdonschot, Eefje de Visser, Michelle David en Pablo van der Poel. Je luistert 'm hier!