Lazarus staat op | Wie erft de wereld?

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Wie erft de wereld?

Wie erft de wereld? – PopUpGedachte maandag 11 januari 2021

Wie erft de wereld, is geen logische vraag per se. Er moet namelijk iemand dood zijn voordat je iets kunt erven. En wie zou er dan dood moeten zijn? Het enige logische antwoord als het gaat om de wereld, zou dan God moeten zijn, vooropgesteld dat je daarin gelooft. Dat God dood is en de wereld aan ons heeft nagelaten? Een keurig Nietzscheaanse nihilistische formulering. Nietzsche vond dat we de dood van God zoals we hem kenden onder ogen moeten zien. Dat deed hem niet per se plezier, hij stelde het met treurigheid vast. De oude zekerheden, de veilige horizon; het was verdwenen, gesloopt, vermoord door de mens. God is dood, en wij hebben hem vermoord, zoals hij schreef.

In het christendom is dat door bijna iedereen opgevat als een anti-christelijke overweging. Je kunt niet zeggen dat God dood is, dat de Eeuwige niet meer om z’n wereld geeft, dat het klaar is met het eeuwige godsbestuur, want dan heb je het opgegeven. Heb geduld, zoals de filosoof Tomáš Halík zegt. Alles kan in de richting wijzen van een afwezige God, maar dat betekent nog niet dat hij (of zij of het) afwezig is. Heb geduld, een geduld dat zich uit in de grote drie, te weten geloof, hoop en liefde. Nee, zegt Nietzsche, God is dood.

Vandaag lees ik over Gods erfgenaam. In de teksten van het christendom zelf. En misschien heb ik tijdens de college’s hierover gewoon niet opgelet, maar in principe moet er voor het in werking treden van de nalatenschap van God, toch écht iemand dood zijn. Zou de dood van God helemaal niet zo’n nihilistische gedachte zijn en niet zo origineel als de liefhebbers en kenners van Nietzsche vermoeden? Is de dood van God en de wereld als nalatenschap een eenvoudige oude christelijke gedachte? Ik stel het als oprechte vraag vanochtend, dus mocht je een idee hebben, gooi 'm erin.

Dit staat er: Broeders en zusters, nadat God eertijds op velerlei wijzen en langs velerlei wegen door de profeten, tot de voorouders gesproken heeft, heeft Hij nu de tijd ten einde loopt tot ons gesproken door zijn Zoon, die Hij heeft aangewezen als enig erfgenaam en door wie Hij de wereld heeft geschapen. In hem schittert Gods luister, Hij is zijn evenbeeld

Blijkbaar liep de tijd ten einde, zo in de eerste eeuw na Christus. Een tijdperk is voorbij, het tijdperk van de Vader. Blaast de Vader de laatste adem uit? Is het tijd voor de erfgenaam? Is God dood maar leeft de Eeuwige in de zoon? Het zijn bizarre veronderstellingen zeker zo op de vroege ochtend en filosofische luchtfietserij, hemelfietserij om precies te zijn.

En toch. Als er een tijdperk voorbij is gegaan, dan is het dit: dat de kracht achter dit alles, de levenskracht die in bloemen, bomen, mensen en de orde der dingen zich steeds opnieuw aan ons opdringt, zich ooit liet kennen aan een specifieke groep mensen, apart gezet, met allerlei rituele kenmerken die dat groepje onderscheiden van de rest – de kinderen van Abraham – die God, die periode, dat Vaderschap is voorbij. De Zoon nam het over en wandelt dwars door alle rituele kenmerken heen, hij breekt in drie dagen af wat er in eeuwen aan rituelen en godsdienstige kenmerken is opgebouwd om de geest die daarin werd beschermd de wereld over te sturen, ongrijpbaar én bereikbaar voor iedereen.

Een nieuwe tijd waarin niemand meer een tempel, kerk of godsdienstige structuur hoeft in te richten omdat het lijf dat je hebt, de geest die in je waait en de ziel die je meedraagt ruim voldoende godsdienstige structuur is – het vraagt slechts om inwoning. De oude gebouwen staan leeg als kerken in coronatijd. De nieuwe gebouwen zijn niet langer van steen, niet langer gemarkeerd en apart gezet van de rest, niet langer herkenbaar aan bordjes, symbolen en religieuze gebruiken. Ze zijn wel herkenbaar aan een manier van doen. Sommigen van hen noemen zich christen, anderen die zich christen noemen, tonen in hun doen en laten aan niets met deze nieuwe beweging van doen te hebben. Zij zetten nog in op oude tijden, op een speciaal plekje in de wereld, Gods own nation, maar waar ze op hopen is allang geleden overleden. En hun manier van doen brengt allang geen leven meer, het stinkt naar ontbinding.

Er is een tijdperk voorbij gegaan, al heel lang geleden. Proef, ruik en hoor ik de wind van de nieuwe tijd? En waag ik het er op? In de geest van de man van Nazareth.

Tot zover vanochtend. Een hele goede maandag gewenst. En vrede, en alle goeds.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.