‘Wij zijn geen uitzonderingsgevallen, maar ook kinderen van onze Vader’

Durf je echt te zijn wie je bent? Gerwin heeft er lang over gedaan om te accepteren dat hij homo is. Bij Marriët ging dat makkelijker, maar sinds ze het geloof heeft teruggevonden, is haar geaardheid wel een issue. Ze delen hun verhalen via brieven in het tv-programma 'Ken je mij'.

‘Wij zijn geen uitzonderingsgevallen, maar ook kinderen van onze Vader’

Triggerwarning: in het verhaal wordt gesproken over een suïcidepoging.  

Gerwin (38) groeit op in het Overijsselse Vroomshoop als oudste in een gezin van vier jongens. Zijn thuis is liefdevol, de kerk was belangrijk. Op zijn christelijke school valt hij op: hij is niet zoals andere jongens. Hij is zachter, heeft andere interesses. Doordat hij er vaak opmerkingen over krijgt, besluit hij zich aan te passen. Dus gaat hij op voetbal, terwijl hij het eigenlijk helemaal niet leuk vindt.

Op de middelbare school komt hij er voor het eerst achter dat hij jongens leuker vindt dan meisjes. Het maakt hem heel onzeker: ‘Homo zijn was raar, het hoorde niet en mocht ook niet van het geloof. Dat hoorde ik regelmatig, thuis in de kerk en op school.’ Hij sluit zich veel op in zijn kamer, een plek waar hij zich veilig voelt. En ondanks de afwijzing vanuit de kerk, heeft hij veel aan zijn geloof.  ‘Ik heb van kleins af aan Jezus leren kennen. Ik wist en voelde dat Hij mijn beste vriend was. (…) Ik heb in al die jaren veel aan mijn geloof gehad, en gelukkig nu nog steeds.’

Een perfect gezin

Op zijn 22e leert hij een meisje kennen. Na een aantal jaren trouwen ze, ondanks zijn gevoelens voor mannen. Ze krijgen twee jongens, zijn actief in de kerk. Voor de buitenwereld zijn ze het perfecte gezin. Maar Gerwin begint zichzelf te verliezen. Hij wordt depressief, snijdt zichzelf en krijgt gedachten over zelfdoding. Een opname in een GGZ-instelling volgt, maar de medicatie en therapieën helpen niet. ‘Uiteindelijk heb ik na heel veel gesprekken een therapeut in vertrouwen verteld dat ik op mannen val.’

Gerwins hulpverleners dringen erop aan dat hij het zijn vrouw zo snel mogelijk vertelt. Maar dat kan Gerwin niet, het gaat hem te snel. ‘Ik zou alles verliezen daar was ik zeker van.’
De angst en de druk worden zo groot dat hij een eind aan zijn leven probeert te maken. ‘Ik heb in een afscheidsbrief verteld wat de reden was. Dat ik al die jaren een rol had gespeeld, en dat ik niet meer met dit schuldgevoel kon leven. Ik voelde me zo alleen en op dat allerdonkerste moment van mijn leven voelde ik zelfs God niet meer.’

Heen en weer geslingerd

Gerwins poging mislukt. Als zijn vader bij hem op bezoek komt, zegt hij: ‘Jongen, we houden dit onder ons en we komen er wel uit.’ En ook de dominee benadrukt dat Gerwin ‘aan zijn vrouw is gegeven’ en dat dat ‘de bedoeling is met zijn leven’. Gerwin wordt heen en weer geslingerd en besluit om zijn oude rol weer aan te nemen om zijn vrouw en zonen geen verdriet te doen.

Hij herstelt, geniet van zijn vrijwilligerswerk in de ouderenzorg en gaat hardlopen. ‘Tijdens het hardlopen kwam er rust in mijn hoofd, ik was vaak in gesprek met God over wat ik moest doen en hoe het verder moest. Ik voelde dat er wat moest veranderen, dat ik een stap moest zetten, hoe moeilijk het ook zou worden. Maar ik voelde ook dat ik niet alleen was, dat Hij mij zou helpen.’

Rust na jaren verdriet

Uiteindelijk vertelt hij het zijn vrouw. ‘Ze werd stil en begon te huilen, niet van boosheid, maar omdat ik na al die jaren eindelijk eerlijk was geweest. Voor het eerst voelde ik ook ruimte om te vragen hoe het met haar ging na al die jaren.’ Na al die jaren van verdriet en vechten komt er rust voor beiden en het huwelijk wordt beeïndigd.

Stap voor stap leert Gerwin om zichzelf te accepteren zoals hij is. Sinds afgelopen zomer heeft hij een relatie. ‘Sinds ik Ennio heb leren kennen, is er iets geheeld in mij. Mijn wonden uit het verleden doen geen pijn meer. En als ik nu naar mijn littekens kijk, zie ik alleen maar sieraden van overwinning. (…) Vanaf het eerste moment dat ik hem heb leren kennen zie ik dat Jezus met ons meeloopt. Ik vind het zo fijn dat ik het geloof met hem kan delen. Dat maakt onze band alleen maar sterker.’

Mariët kon niet meer in God geloven

Mariët (53) woont al bijna 30 jaar samen met haar vriendin. Maar in tegenstelling tot Gerwin maakte ze al jong een rigoureuze keuze, zoals een keuze tegen de kerk van haar jeugd, de gereformeerde gemeente. Ze kwam tot de conclusie dat ze niet meer in God kon geloven en de enige manier om weg te gaan bij de kerk, was weggaan bij haar ouders. Op haar 19e ging ze op kamers, waardoor ze het contact met haar familie en vrienden verloor en de kerk achter zich kon laten.   

Hoewel ze nu de vrijheid heeft om te doen wat ze wil, heeft ze veel angsten. ‘De eerste bezoeken aan de bios, kermis, eigenlijk alle plekken die ‘verboden terrein’ waren, maakten me bang en onzeker.  Soms zeggen mensen nog weleens tegen mij: "Hee, dat zijn ger-gem- gedachten…’
Op haar 22e wordt ze verliefd op een vrouw. ‘Gek genoeg heb ik nooit hoeven accepteren wie ik was in mijn geaardheid.’
Na jaren herstelt het contact met Mariëts familie. Haar vriendin gaat mee naar familie-bijeenkomsten. Over hun geaardheid wordt nooit gesproken, zoals over veel dingen niet gesproken wordt.

God was sterker

Bijna 30 jaar lang leeft Mariët zonder kerk en zonder God. Maar dan wordt ze getroffen door eierstokkanker: een zware tijd met chemokuren volgt. Mariët ervaart geen enkel houvast. Als  er tijdens een etentje met vriendinnen gebeden wordt, slaat dat bij haar in als een bom. ‘Ik heb mij nog hevig verzet, maar God was sterker. Hij liet mij zien wat ik miste en dat ik dat bij Hem kon vinden. Dat is echt een van de mooiste momenten geweest in mijn leven…’

Na jaren belandt Mariët weer in ‘de christelijke wereld’ en daar is haar geaardheid opeens een issue, iets wat ze niet eerder meemaakte ‘Afhankelijk van de kerk waar ik kwam, was het een zonde of ziekte. Openlijk werd er van de kansel gepreekt dat homoseksualiteit een ziekte was waarvan je kon worden genezen.’

Ze voelt de druk vanuit haar familie, van mensen om haar heen en er gaat zelfs iemand weg bij haar gebedsgroep om haar geaardheid. ‘Ik ben goed zoals ik ben, niet slechter of beter dan een ander. Maar het voelt best naar als anderen een mening over je hebben, of je wel binnen het plaatje past, wel christen genoeg kan zijn. Of zoals ik iemand hoorde zeggen: Jezus zegt: Kom zoals je bent, maar blijf niet zoals je bent… Tsja, als dat de houding van de kerk is, dan heb ik nog veel werk te verzetten.’

Pijn om wat er is gezegd

Mariët schrijft Gerwin: ‘Ik zou de kerk willen leren wat ze tegen ons mogen en kunnen zeggen. Dat we geen uitzonderingsgevallen zijn, maar gewoon ook kinderen van onze Vader. Hoewel we allebei een heel ander pad bewandelen hebben we gemeen dat we pijn hebben om wat er over ons en tegen ons is gezegd. Dat we moeten vechten om onze plaats te bemachtigen. (…) Wat zou het mooi zijn als het op een dag niet meer hoeft, dat we ons geen zorgen hoeven te maken of je wel of niet welkom bent.  Dat iedereen kan zijn wie hij of zij is. Daarom is het ook zo belangrijk dat de verhalen verteld worden, dat het bespreekbaar wordt.’


Denk je aan zelfdoding of maak je je zorgen om iemand? Je kunt (anoniem) terecht op www.113.nl of 113 bellen voor een gesprek. 


Benieuwd hoe de ontmoeting tussen Gerwin en Mariët was? Je ziet het in de laatste aflevering van Ken je Mij. Je kijkt het hier terug.

Wil je in contact komen met organisaties die christelijke lhbt'ers ondersteunen en het gesprek aangaan over homoseksualiteit en geloof? Kijk dan op de site van Ken je mij.