Igmar Felicia: ‘Als God zou bestaan, zou hij begrijpen dat ik nu niet met hem bezig ben’

Het geloof in Jehova was voor Radio 538-dj Igmar Felicia in zijn jeugd de normaalste zaak van de wereld. Rond zijn 18e nam hij langzaam afscheid van de Jehova’s getuigen. Met vraag of God bestaat, wil hij zich nu niet bezighouden, vertelt hij Tijs van den Brink in Adieu God?.

Igmar Felicia: ‘Als God zou bestaan, zou hij begrijpen dat ik nu niet met hem bezig ben’

Hoe is het om in zo’n gemeenschap op te groeien?

‘Ik voelde me daar heel fijn en bevoorrecht dat ik erin mocht zitten. Je draait het om: de wereld is gek dat zij dat niet weten, en: wat zonde dat zij dat niet weten, maar ik weet het wel. Zo kijk je ook naar vriendjes en vriendinnetjes op school. Ik was ook ijverig, wilde er ver in komen.’

Er echt ver in komen, wat betekent dat?

‘Ik deed mijn eerste gesprekje bij de deur al toen ik een jaar of vier, vijf was. Ik kan me dat nu niet meer voorstellen. Maar je kreeg dan de Wachttoren en de Ontwaakt, dat zijn de blaadjes, en doordeweeks leerde je wat je bij de deuren moest zeggen. Ik was daar heel erg mee bezig. Ik wilde later pionier worden, dan zet je je hele leven opzij om langs de deuren te gaan.’

Doodsbang om uitgesloten te worden

Igmar was 24/7 met het geloof bezig, zegt hij zelf. Toch was hij ook bang: als je je niet aan de regels hield, kon je uitgesloten worden. ‘Ik was doodsbang als kind om uitgesloten te worden, dat je dan niemand meer mocht zien.’

Dat zag je om je heen gebeuren?

 ‘Ja, dan mocht je die persoon zelfs niet meer aankijken. Dat heb ik als lastig en eng ervaren. Want ik mocht het niet verkeerd doen. Dan had ik bijvoorbeeld op school een traktatie aangenomen. Dan ging ik naar mijn moeder en zei ik ‘sorry’. Mijn moeder snapte het wel, zij is ook niet opgevoed als Jehova’s getuige.’

In de traktaten van de Jehova’s getuigen zie je altijd perfecte gezinnetjes, maar dat was bij jou thuis niet het geval, heb ik begrepen…

‘Mijn vader wilde laten zien dat het wel een goed gezin was, dus naar buiten toe waren we heel goed en vroom. Maar mijn vader dronk veel sloeg ook en gebruikte veel verbale agressie. Wat wij leerden in de zaal, werd weer onderuit getrapt thuis. Men wist wel wat er gebeurde, maar men deed er niks aan.’

Ben je bang geweest thuis?

‘Ja. Ja. Mijn vader vond mij ook geen goede Jehova’s getuige. Dus als ik er op school uit werd gestuurd, werd ik thuis nog harder aangepakt.’

Niet normaal

Pas op z’n zestiende, na de scheiding van zijn ouders, besefte Igmar dat de situatie thuis niet normaal was. Zijn vader vertrekt naar Curaçao, zijn moeder wil niet meer naar de Jehova’s getuigen, maar Igmar gaat als enige nog wel. Tegelijkertijd drinkt en gaat hij met zijn vrienden naar Lloret de Mar. Pas als hij voor het eerst seks heeft met een meisje, wat verboden was voor het huwelijk, gaat hij niet meer, omdat hij vindt dat hij er niet meer thuishoort.

Wanneer is Jehova uit beeld verdwenen?

‘Toen ik 18 werd, kreeg ik een laptop van m’n opa en oma. En toen ging ik googlen op Jehova’s getuigen, wat nooit mocht.’ Zijn conclusie: ‘Ik zet het geloof on hold. Deze gemeenschap en zoals zij het uitleggen, kan ik niet meer volgen.’

Igmar vindt het lastig om het bestaan van Jehova of God los te koppelen van de Jehova’s getuigen. ‘Ik heb een tijd voor mezelf gedacht: Ik ga er niet meer over nadenken. Als Hij zou bestaan, geloof ik erin dat Hij zou begrijpen dat ik er nu niet mee bezig ben. Als Hij zou bestaan, en ik zou doodgaan en ik zou voor Hem komen, hoop ik dat Hij zou zeggen: “Oke, ik snap dit, het is logisch, kom dan maar binnen.” Als hij zou zeggen: “Je hebt niet mijn woord gevolgd al die jaren”, dan zou ik denken: Wat is dat dan voor God?’

Dieper kijken

Pas nu, op z’n dertigste, is Igmar bezig om te ontdekken wie hij zelf is. ‘Dat kost echt moeite’, geeft hij toe. Hij hoort nog steeds een stem in zijn hoofd dat hij het niet goed doet. Toch had hij -op enkele donkere dagen na- zijn jeugd niet willen missen. ‘Het heeft me gebracht dat ik op dertigjarige leeftijd al wat dieper kan kijken dan leeftijdsgenoten.’

En hij wil nog een fabeltje de wereld uithelpen: ‘Een voet tussen de deur zetten, dat doet geen enkele Jehova’s getuige.’

Het hele gesprek met Igmar is vanavond (8 maart) te zien in Adieu God? om 23.35 uur op NPO 2, of daarna na te kijken via NPO Start.