Maria & Jezus: een relatie die getekend is door continu verlies

In ons tv-programma Lazarus ziet journalist Frénk van der Linden een opvallende parallel tussen zijn eigen levensverhaal en dat van Maria en Jezus in de Bijbel. Maar wat weten we eigenlijk precies van die twee en hun relatie? Theoloog Alain Verheij zet het op een rijtje:

Maria & Jezus: een relatie die getekend is door continu verlies

Een oude officiële bijnaam van Maria, de moeder van Jezus, is theotokos. Dat is Grieks voor ‘zij die God heeft gebaard’. Veel hoger kun je niet komen, lijkt me. Eeuw na eeuw kusten mensen haar beeltenis, zagen ze haar verschijnen op moeilijke momenten in hun leven, prezen ze haar als ‘gezegende onder alle vrouwen’. Maria, koningin van de hemel, heeft elk glazen plafond gebroken voordat we überhaupt beseften dat er zoiets als een glazen plafond bestond. Good for you, girl!

En toch wil je Maria niet zijn. Natuurlijk niet. Dat weten we doordat we de plaatjes kennen van een huilende Maria aan de voet van het kruis waaraan haar zoon zijn pijnlijke dood stierf. En de piëta’s waar de rouwende moeder op een bankje zit terwijl het levenloze lichaam van Jezus op haar schoot ligt. Eén blik op dat tafereel en je weet dat deze Maria misschien wel de gezegende onder alle vrouwen was, maar ook de beklagenswaardigste. Er is niets zo erg als je kind verliezen.

Zwanger van een ander

Het kerstverhaal is ook al verre van florissant voor deze hoofdrolspeelster. Ze draagt het meer dan dapper, maar stel je voor dat je als tiener een engel op bezoek krijgt die jou vertelt dat je de zoon van God in je buik zal krijgen. Alleen de schande al: je hebt nog geen seks gehad met je verloofde, maar nu ben je wel zwanger van een ander. Weldra moet je ‘het’ opbiechten aan je aanstaande man, algauw zal je buik opbollen en beginnen de mensen te kletsen. En wat kun jij er nou aan doen dat God jou uitkoos?

De zoon van God en Maria is nog niet geboren, of de ellende begint al. Een boosaardige koning wil hem dood hebben, en besluit alle jongetjes van onder de twee om te laten brengen. Voor de jonge moeder van Jezus is dit extreem cru: doordat mijn kindje leeft, moeten honderden andere kinderen sterven…

De pijn hangt van den beginne om dit moederschap heen. Alsof ze dat al niet zelf uitgevogeld had, zegt een oude profeet dat nog maar eens recht in Maria’s gezicht: ‘Het zal voelen alsof je met een zwaard wordt doorstoken’.

Tijdens zijn leven is Maria aan één stuk door bezig met het verliezen van haar zoon, die toch al nooit helemaal van haar was. Het moet een kwelling zijn, en voor Jezus zelf, met zijn totaal unieke wezen, moet het ook vervreemdend zijn. Wat moet je met een moeder als je de zoon van God bent? Het komt op mij niet over alsof ze daar in de hemel heel grondig over hebben nagedacht voordat aartsengel Gabriël Maria zwanger kwam verklaren. En dat is tragisch.

Overal umheimisch

Jezus is twaalf jaar jong als hij tijdens het Pesachfeest zijn kans grijpt en in de tempel blijft rondhangen. Normale pubers proberen onder de kerkgang uit te komen, deze tiener doet zijn best om niet naar huis te hoeven. Tenminste, niet naar het huis van zijn stiefvader, die hartstikke goed z’n best doet, maar werken in de bouw ligt Jezus nou eenmaal minder goed dan een geestelijke boom opzetten met de priesters. Al valt ook dat laatste hem vies tegen. Maria’s kind voelt zich overal unheimisch, en ze kan het maar moeilijk aanzien.

Veel ouders vinden hun kind bijzonderder dan het is. Bij Maria is het meestal andersom. Er is slechts één verhaal waarin ze Jezus graag een wonder ziet doen, maar het is wel direct zijn eerste wonder. De wijn is op tijdens een bruiloft waar ze te gast zijn, en Maria vindt dat zo erg voor het bruidspaar dat ze Jezus om hulp vraagt. ‘Wat wilt u van me?’, zegt Jezus alleen maar. Zo staan hun interacties keer op keer in het teken van hun onderlinge afstand. Op een dag willen zij en Jezus’ (stief)broers of neven hem ergens ophalen omdat iedereen denkt dat hij gek is geworden. ‘Uw moeder en broers zijn er’, zegt men tegen Jezus. ‘Wie zijn mijn moeder en broers? Júllie zijn mijn moeder en broers!’, roept Jezus tegen de verzamelde menigte.

Over afstand gesproken: terwijl Jezus aan het kruis hangt, staat Maria er natuurlijk bij. Hij heeft weinig mensen meer over en nu kunnen ze elkaar eindelijk weer eens enigszins in de ogen kijken, maar tegelijkertijd is hij verder weg dan ooit. Ze kan niets voor hem doen. Voordat hij zijn laatste ademtocht uitblaast, beantwoordt haar zoon haar blik. Misschien wel voor het eerst. Hij kijkt naar zijn geliefde leerling Johannes en zegt tegen Maria: ‘Dat is jouw zoon’. Alsof hij na 33 lange en pijnlijke jaren definitief concludeert dat hij zijn arme, lieve moeder een andere zoon had gegund. En daarin kan ik Jezus geen ongelijk geven – stervende mensen spreken de waarheid.


Kijk hier de aflevering van Lazarus waarin meesterinterviewer Frénk van der Linden parallellen ontdekt tussen zijn eigen levensverhaal en de verhalen van Maria en Jezus.


Foto boven: de Piëta van Michelangelo Buonarroti in de Sint-Pieter in Rome via Wikimedia Commons