Lazarus staat op | De monnik, de woede en ik

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | De monnik, de woede en ik

De monnik, de woede en ik – PopUpGedachte donderdag 10 juni 2021

Ik ben een liefhebber geworden van de woede. Niet zomaar elke woede, niet de uitingsvormen van de woede meestal, maar die vrij tomeloze bron van energie van verontwaardiging. Ik hou ervan. Het brengt betrokkenheid, verbondenheid, mensen die op de zaak af willen om er iets aan te doen. Met mijn pleidooien voor constructieve woede geef ik soms in mijn enthousiasme wat weinig aandacht aan de dramatische kanten van het gevolg van woede of de gerichtheid van de woede.

Woede zelf is een emotie, die is niet en mag niet onderhevig zijn aan beoordeling. Je voelt iets, punt. Dat geeft je niet per se het recht om van alles te uiten, maar niemand heeft het recht om een emotie die in je opkomt te veroordelen. De zin ‘dat mag je niet voelen’ of ‘hoor je niet te voelen’ is in zekere zin gewelddadig. Wat je ermee doet is wat anders, waar je de woede op richt, hoe je de woede voedt – dat is een kunst die pas na heel veel oefenen en enigszins afhankelijk van je karakter, maar slechts met toewijding te verkrijgen is.

Vandaag staat er dit: Gij hebt ge­hoord, dat tot onze voorou­ders is gezegd: Gij zult niet doden. Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht. Maar Ik zeg u: Al wie ver­toornd is op zijn broeder, zal strafbaar zijn voor het gerecht.

Het is de rabbi van Nazareth die even de tien geboden aanscherpt van uiterlijkheden, harde duidelijke daden, naar de gesteldheid van het hart, want daar gaat het hem om. En een monnik uit Palestina uit de 5e of 6e eeuw, Dorotheus uit Gaza, schreef er al prachtige woorden over. Hij is een monnik van de stilte, maar besluit op een gegeven moment toch te gaan schrijven en delen.

Rancune is iets anders dan boosheid, wat iets anders is dan irritatie, wat iets anders is dan onrust. Hier is een voorbeeld dat u het zal doen begrijpen. Om een vuur te maken, heb je alleen een klein brandend kooltje nodig. Dit vertegenwoordigt het woord van de broeder die je beledigt. Het is nog maar een klein kooltje, want wat is een simpel woord van je broer? Als je het verdraagt, doof je het kooltje. Als je daarentegen begint te denken: "Waarom zei hij dat tegen mij? Ik heb hem iets te zeggen!” Zoals iemand die een vuur aansteekt, gooi je er twijgjes op en maakt rook, hetgeen het probleem is. Door de kleine woorden van je broeder te verdragen, kon je het kooltje blussen voordat de problemen verschenen. Maar zelfs deze onrust kun je nog gemakkelijk bedaren door stilte, door gebed, door een eenvoudige beweging van het hart. Indien je daarentegen rook blijft maken, d.w.z. je hart opzweept en opwindt, en denkt: "Waarom heeft hij mij dat gezegd? Dat kan ik ook tegen hem zeggen! "De toevloed en de verwarring van de gedachten, die het hart beïnvloeden en verhitten, wekken de vlam van irritatie op. Hier begint dus de irritatie. Als je wilt, kun je het nog blussen voordat het woede wordt. Maar als je jezelf en anderen blijft verontrusten, ben je als iemand die hout in de haard gooit en het vuur aanwakkert: dan heb je mooie gloeiende sintels. Dit is woede. En zoals sintels die terzijde worden gelegd lang blijven liggen gloeien, zelfs als er water op wordt gegooid, zo wordt woede die lang blijft liggen rancune. Zie je hoe een enkel woord kan leiden tot zo'n groot kwaad? Indien je van het begin af aan geduldig het woord van je broeder had verdragen, zonder kwaad met kwaad te vergelden (Romeinen 12:17), dan zou je al deze kwaden hebben kunnen ontlopen.”

Het is zo simpel, heus geen rocket science. Maar het moet je soms weer opnieuw gezegd worden, omdat het om keuzes vraagt. De woede en onrust die je voelt over een verwijt is er gewoon. Maar wat je ermee doet, wat je aanwakkert, wat je aanblaast, dat zijn keuzes.

Zoals ik ooit leerde dat als je boos bent op de ander omdat hij dit of dat heeft gedaan, dan is je woede eigenlijk nog niet gericht genoeg. Laat je woede gericht zijn op de daden zelf. Niet op de ander die onterecht je iets verwijt, maar op onterechte verwijten zelf – en niet op degene die je slaat, maar op het slaan zelf. Dan voorkom je dat je een variant wordt van het kwaad dat je in eerste instantie zo boos maakte.

Levenslessen van een monnik uit Gaza in de 6e eeuw en wijsheid over het soms zo onrustige hart.

Tot zover vanochtend. Een hele goede donderdag gewenst, morgen weer een nieuwe popupgedachte en voor vandaag: vrede gewenst, en alle goeds.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.