Aandachtseconomie | Hé schatje, mag ik even je aandacht?

We worden continu bestookt met beelden en geluiden die om onze aandacht vragen. Professionele aandachttrekkerij noemt Alain het. Tegelijk wordt aandachtig contact van mens tot mens steeds minder vanzelfsprekend. Hoe gaan we hier als kerk - en als gelovigen mee om? 

Aandachtseconomie | Hé schatje, mag ik even je aandacht?

'Hé schatje!', las ik laatst op een poster langs de autoweg. Als ik het goed begrijp is het een reclame voor reclame. Het reclamebord wil mij erop wijzen dat reclameborden aandacht trekken. In de hoop dat ik binnenkort zelf een reclamebord ga willen vullen met mijn advertenties. Mijn aandacht werd getrokken, zodat ik later zelf op dezelfde wijze aandacht zou gaan trekken. Het is een symptoom van waar wij ons momenteel in bewegen: in een aandachtseconomie. 

'Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn', zei Jezus ooit. Marketeers draaien zijn wijsheid precies om. Ze veroveren eerst mijn hart (mijn aandacht), en gaan er vrolijk vanuit dat mijn schat dan snel zal volgen. Het werkt. 

Professionele aandachttrekkerij

Je aandacht is het meest kostbare wat je hebt. Daarom gaat er zoveel geld om in de advertentie-industrie. In de loop van honderd jaar is onze complete publieke ruimte gevuld met logo's en billboards en geluiden die jou willen bereiken. Maar denk ook eens los van die publieke ruimte - in je broekzak zit een rinkelende marketingmachine. Apps belonen jou met geluidjes en animaties voor je trouw. Algoritmen raden je het volgende filmpje aan, al voordat het huidige afgelopen is. Onder, in, boven dit blog zie je links die je alvast op je volgende leessessie willen voorsorteren. Tijdens het schrijven van dit stuk kijk ik elke anderhalve minuut op de timelines van diverse sociale media. Professionele aandachttrekkerij is alomtegenwoordig, zozeer dat we het niet eens meer door hebben. 

Susan Neiman vindt het een gotspe: er zijn mensen die constant zoeken naar nieuwe manieren om onze breinen te infiltreren zodat we nog meer spullen kopen die we niet nodig hebben - en wij noemen die mensen 'creatieven'. 

In een tijdperk waarin aandacht geld betekent, moeten ook wij eenvoudige burgers steeds meer voor aandacht gaan betalen. Denk aan de enorme opkomst van psychologen, coaches, consulenten. Denk aan het leger van Instagrammers die hun medische details, hun geestelijke strijd, hun blote lijf en hun onverantwoorde stunts opofferen voor een beloning in de vorm van likes. Denk aan de industrie die zorgrobots, sekspoppen en slimme ziekenhuisbedden fabriceert - want aandachtig contact van mens tot mens wordt steeds minder vanzelfsprekend. 

Nieuwe religie

Hoe moet de kerk hiermee omgaan, hoe stellen we ons op in het Tijdperk van de Aandacht? Allereerst lijkt het me goed dat we het beseffen. Volgens Paul Verhaeghe zijn we in een nieuwe religie beland, zonder dat we het zelf in de gaten hebben. Zoals vissen niet in de gaten hebben dat het water waarin zij zwemmen overal om hen heen is. De nieuwe religie waarin wij zitten heeft Consumptie als hoogste waarde, Advertentie als grote profeet en Aandacht + Geld (Hart + Schat zou Jezus zeggen) als offercultus. Pas wanneer je dat doorziet, kun je er iets tegenover stellen. 

De vraag is dan: wat? 

Er zijn kerken die gaan meedingen in de concurrentiestrijd om onze aandacht. Laatst viel er nog een foldertje voor een 'event' met een stoere rockband op mijn deurmat. Het zag er leuk uit en het woordje 'kerk' stond nergens vermeld. De Hebreeuwse bandnaam verraadde de ware aard. Er zijn kerken die gaan hannesen met social-media-vieringen, De Kerk Draait Door, Ted Talkpreken, of ook gewoon billboards. Honderd meter na 'Hé schatje!' reed ik langs 'VERGEET GOD NIET'. Allemaal min of meer begrijpelijk, maar op zo'n manier laat God zich voor het karretje van onze dolgedraaide aandachtseconomie spannen. En wordt de kerk gewoon een van de vele factoren in je leven die meewerken aan de maatschappelijke burn-outepidemie. 

Bezinnen

Volgens mij moet de kerk zich theologisch diep gaan bezinnen op het begrip 'aandacht'. Alleen op die manier kan er echt een gezonde tegenbeweging komen. Kunnen we een voorbeeld nemen aan de God die op de eerste bladzijden elke dag gefocust en enthousiast aan één creatief werk zit, en op de zevende dag rust? Ik moet vervolgens denken aan Kaïn, de allereerste zoon, met zijn ongelukkige retorische uitspraak 'Ben ik mijn broeders hoeder?'. In essentie is het een vraag over de verdeling van je aandacht - en of de ander die aandacht wel waardig is. 

Ja, is het antwoord. 

In de Stille Week (what's in a name?) lazen we over Jezus die met drie van zijn beste vrienden in een tuin gaat bidden. Petrus, Johannes en Jakobus vallen tot drie keer toe in slaap, terwijl Jezus dodelijk bedroefd is en hun heeft gevraagd of ze even met hem willen waken. De enige die al die tijd wél alert is geweest, is Judas. Als Jezus' lot ten slotte bezegeld wordt, is het ergste wat hem overkomt, zijn zwartste Goede Vrijdagmoment, de uitroep 'Mijn God, mijn God, waarom heeft u mij verlaten?'. Een aandachtsvacuüm is je grootste nachtmerrie - en precies daar ligt onze roeping. 

Aandachtsbalans herstellen

Ik geloof in een kerk die de aandachtseconomie kan kraken en de aandachtsbalans kan herstellen. Een oefenplaats waar je opnieuw kunt leren rusten, focussen, mediteren. Een ontmoetingsplaats waar je aandacht niet wordt gevangen - er wordt jou aandacht gegeven, en jij mag je naaste ook aandacht geven. Om niet, zonder sponsor- of zorgcontract of winstoogmerk. Een beetje zoals het kerkasiel economisch beschouwd een 24/7 inefficiënt aandachtslek was van duizenden mensen voor één gezin zonder uitzicht op 'slagingskans' - en toch was het de kerk op haar best. 

'Zie, ik ben met jullie', zei Jezus ten afscheid. 'JHWH', liet God zich noemen - 'Ik ben erbij'. Waar mensen hen ontmoetten, wisten ze zich gezien, geliefd, gekend. Ze wisten niet wat ze meemaakten. Zo zouden christenen in deze tijd bekend moeten staan, in het spoor van God zelf: die christenen, dat zijn die mensen met áándacht'.