Ben ik wel een goede christen als ik nooit 'bekeerd' ben?

Annelies groeit op met het idee dat het voor je geloof heel belangrijk is dat je ‘bekeerd’ bent. Maar wat als je altijd al hebt geloofd? Ben je dan bekeerd?

Ben ik wel een goede christen als ik nooit 'bekeerd' ben?

Je was bekeerd, zo leerde ik, als je tot geloof gekomen was in God. En dat ‘tot geloof komen’ hield in dat je had aanvaard dat Jezus jou had gered van al je zonden. Dat geloof in het gered worden van je zonden is bij mij nooit echt wat geworden. Ook bleef het voor mij vaag wanneer en hoe ik dan bekeerd was. Ik had altijd al geloofd in God, wat betekende die bekering dan precies? Moest mijn geloof echter of radicaler? Wanneer was het goed genoeg om zeggen dat je bekeerd was? Ik kwam er niet uit en daarmee verdween voor mij langzaam de relevantie van het thema. Ik geloofde gewoon, deed belijdenis en was niet van plan om eindeloos te tobben of ik nu wel of niet bekeerd was. 

Het moest anders

Jaren later kwam het via een andere weg weer op mijn pad. In mijn zoektocht om meer een mens uit één stuk te worden zocht ik naar een verbindende vraag die voor alle verschillende aspecten van mijn leven: familie, werk, vrienden, geloof en hobby’s, relevant was. Ik weet nog precies waar ik fietste toen de vraag in me opkwam: ‘Ben ik bereid te veranderen?’ Geloven ging voor mij over veranderen, maar mijn werk en mijn relaties ook. Ineens klonk dat mij heel logisch in de oren. Immers, in mijn beleving was Jezus’ kernboodschap: Beste mensen, het moet echt anders in en met deze wereld. Ik zal laten zien wat ik daarmee bedoel: volg mij’. Ik deed in die tijd een poging om een boek te schrijven en gebruikte de titel Niet beter, maar anders. Het moest anders, veranderen was belangrijk: dat werd mijn thema.  

Veranderen is niet zo makkelijk

Toen ik door allerlei ontwikkelingstrajecten op mijn werk aan den lijve ondervond wat veranderen betekende, hoeveel moed, bloed, zweet en tranen het mij kostte, kreeg het pas echt inhoud. Je zit vaak zo vastgebakken in patronen dat je die eerst maar eens door moet krijgen voordat je kunt gaan proberen ze te veranderen. Daar komt bij dat er zonder gevoelde noodzaak geen verandering ontstaat.  

De kerk, en de bijbehorende geloofsleer, zocht deze noodzaak vaak in een zondig bestaan, of het ver van God afgedreven zijn. Maar zoals ik schreef in mijn vorige blog, waren er veel vertaalslagen voor nodig om echt iets te raken in mij. Die vertaalslag vond ik wel in de volgende vraag: waar heb je last van? En niet last in de zin van een kriebelde trui of fel licht aan je ogen, maar last in de zin van dat dingen je blokkeren, in de greep houden, je vast doen lopen in iets. Het is last die niet van buiten komt, maar van binnenuit ontstaat.  Ik leerde in de afgelopen jaren om deze last ook gewoon heel fysiek te kunnen voelen. Een bonkend hart, een gevoel dat er iets niet goed zit, gedachten die je maar niet loslaten, oftewel: het tegenovergestelde van vrij zijn.  

Waar wil je naar toe? 

Bekeren, omkeren betekent niet meer dezelfde richting oplopen die je ging. Dat de ene richting ‘geloof’ zou zijn en de andere ‘ongeloof’ is werkt voor mij niet. Evenals de richtingen ‘dichtbij God leven’ of ‘ver weg van God leven’. Het werkt(e) niet omdat het een moralistisch gegraaf in mezelf opleverde naar of mijn geloof wel echt en radicaal genoeg was. Het raakte niet aan mijn eigen last, maar creëerde een soort opgelegde last; niet voldoen aan een bepaalde norm. En daarmee ging het te vaak aan mijn ‘zelf’ voorbij. En daar begint nu juist de noodzaak tot veranderen. Dat je je zelf serieus neemt. Ook heel fysiek. Dat is voor mij een levensopdracht geworden. 

Terug naar God

Maar waar ga ik dan naartoe, of naartoe terug? Terugkeren naar jezelf op de manier zoals ik beschreef heb ik als noodzakelijk voor verandering ervaren. Maar ik ben ook weer te gelovig om het daarbij te laten. Er is iets groters dan alleen mijn ‘zelf’ om naar toe terug te keren, ook al is het altijd met elkaar verbonden. Voor mij , opgegroeid in een christelijke omgeving met een christelijk Godsbeeld,  past het uiteindelijk wel om cruciale bewegingen in het leven te benoemen als terugkeren naar God. Het zegt mij: mens, ga terug naar de kern van je bestaan. Wat klopt er sinds je geboorte al in jou? Wat voor goddelijks en goeds is er al in jou gelegd voordat je werd geboren? Ga ernaar terug. Je bent afgedwaald, afgeleid, druk, bezet. Keer om! 

Waar wil ik naartoe? Naar de plek waar God in welke vorm dan ook te vinden is. In mijzelf, in de ander, in de wereld om mij heen.